SaluVet logo

Het verschil tussen een calcium- en fosfortekort

Zo rond het afkalven neemt de behoefte aan calcium en fosfor toe door de aanmaak van melk bij de voorbereiding op de lactatie. Bij tekorten ontstaat parese, spierzwakte of gedeeltelijke onvolledige verlamming. De koe kan niet meer staan na het afkalven. Maar aan welk tekort leidt de koe dan? Calciumtekort of toch een fosfortekort? Hieronder een aantal opmerkelijke verschillen waardoor de juiste hulp aan de koe geboden kan worden.

Verschillen herkennen bij parese
Door goed te kijken naar de koe kan redelijk eenvoudig het juiste tekort worden vastgesteld. Ligt de koe met de kop tegen de borstwand? Of ligt deze alert te kijken, maar gaat niet staan? Hieronder de typische tekenen van parese bij afkalven en de verschillen bij een calcium- of fosfortekort:

Vaarzen en oudere koeien
Een calciumtekort wordt vaker gezien bij oudere koeien vanwege een verminderd botmetabolisme. De koe kan minder goed calcium aanspreken uit het botweefsel. Een fosfortekort komt juist weer meer voor bij vaarzen die voor de eerste keer gekalfd hebben. Dit komt omdat de jonge koe zelf nog fosfor nodig heeft voor haar eigen groei, maar tegelijkertijd ook fosfor nodig heeft voor de dracht én de aankomende melkproductie. Dat vraagt natuurlijk om een juiste ondersteuning!

Waarom calcium en fosfor niet tegelijkertijd geven?
Wanneer calcium en fosfor tegelijkertijd worden gevoerd, ontstaat er calciumfixatie.

Lees verder over calciumfixatie

Hoe herken ik een calciumtekort?

Hoe herken in een fosfortekort?