SaluVet logo

Fosfortekort herkennen

Fosfor is het enige element in het lichaam van koeien dat de meeste biologische functies beïnvloedt. 80% van de fosfor wordt in het lichaam opgeslagen in botten en tanden en geeft deze hun stabiliteit. Fosfor is ook te vinden in elke afzonderlijke cel in het lichaam, waar het verantwoordelijk is voor de energieoverdracht. Het speelt ook een sleutelrol in de celdeling en differentiatie, als onderdeel van het buffersysteem in het bloed en de stofwisseling. Fosfortekorten in de koppel uiten zich in de vorm van gewrichts- en klauwproblemen, vruchtbaarheidsproblemen, verminderde weerstand en verminderde voeropname.

Van fosforoverschot naar fosfortekort
Om grond- en oppervlaktewater te beschermen tegen de toevoer van voedingsstoffen (eutrofiëring), werd jaren geleden naast de bemesting van grasland en akkerland, ook de voeding van landbouwhuisdieren aangepast. Door het voer aan te passen aan de behoeften kon de fosforuitscheiding aanzienlijk worden verminderd. Aanvullende extensiveringsprogramma’s hebben echter geleid tot een grotere regionale verwijdering van fosfor uit voedergebieden via het geoogste gewas dan wordt teruggegeven via bemesting. Het doel: dieren van voldoende voedsel te voorzien en tegelijkertijd de fosforbelasting van het milieu te verminderen. De lage veiligheidsmarges betekenen dat veehouders het exacte fosforgehalte van hun basisvoer moeten kennen. Dit kan alleen worden bereikt door regelmatig voederanalyses uit te voeren, aangezien het fosforgehalte van voedergewassen sterk varieert. Vertrouwen op standaardwaardes kan fatale gevolgen hebben voor de diergezondheid.

Fosfortekort heeft vele gezichten
Een laag fosforgehalte in de pens leidt tot een verminderde voeropname en daarmee tot problemen met de energie- en eiwitvoorziening bij melkkoeien en rundvee. Grofweg zijn de symptomen in te delen in vier categorieën:

– Bewegingsapparaat (gewrichten, klauwen)
– Vruchtbaarheidsproblemen
– Verminderde weerstand
– Verminderde voeropname (leidt tot stofwisselingsproblemen)

Ook het slecht opgang komen van de productie na afkalven kan een symptoom van fosfortekort zijn. Op veel bedrijven is de voeding van de droogstaande koeien niet optimaal en is bij het jongvee de fosforvoorziening een kritisch punt van aandacht. Als de dieren dan ook nog vervuild/nat ruwvoer krijgen of ijzerrijk bronwater drinken, vormt het ijzer onoplosbare complexen met het fosfor. IJzer bindt met fosfor. Dit betekent dat het fosfor niet beschikbaar is voor opname in het lichaam. Stress en energietekorten verbruiken ook fosfor!

Checklist
Twijfelachtig of er een fosfortekort speelt onder de veestapel? Gebruik deze checklist om na te gaan of er een fosfortekort speelt in de veestapel of in individuele diergroepen (jongvee, droogstaande koeien, pas gemolken koeien, melkgevende koeien). Let op: niet alle beschreven symptomen komen altijd voor.

– Dikke hakken
– Dikke spronggewrichten
– Knielen op de handwortelgewrichten (teken van ernstige pijn)
– Gekruiste voorpoten (!)
– Weinig activiteit (dier gaat veel liggen)
– Angstig, voorzichtig lopen
– Atypisch stil liggen na afkalven (koe wakker, alert, warme oren)
– Toegenomen klauwproblemen
– Ontsteking in het tussenklauwgebied
– Vruchtbaarheidsproblemen: Bewegend vee, postpartum gedrag
– Heldere, draderige neusafscheiding (!)
– Verminderde voeropname
– Gewichtsverlies
– Verminderde melkgift en melkeiwitgehalte
– Meer likken dan normaal
– Ruwe en ruige vacht

Zoals de lijst met verschillende symptomen laat zien, is fosfortekort bij koeien een complex probleem en daarom moeilijk te diagnosticeren. Een opeenstapeling van verschillende van deze kenmerken in de veestapel, is een duidelijke indicatie.

Jongvee en droge koeien hebben meer behoefte aan fosfor
De fosforbehoefte is hoog bij jongvee en droge koeien. In de laatste drie weken van de dracht neemt de groei van het kalf toe, waardoor het moederdier meer fosfor nodig heeft. Een ongeboren kalf gebruikt namelijk 3 g fosfor per dag. Daarbij moet het moederdier ook melk aanmaken wat ongeveer 25 g per dag aan fosfor kost. Vooral vaarzen laten vaak een fosfortekort zien na afkalven (vreten niet, weinig interesse in het kalf). Een oorzaak kan zijn dat jonge koeien in de groei al drachtig raken. De energie moet worden verdeeld tussen de dracht en de groei van de koe zelf. Een kalf in de groei verbruikt veel energie en heeft dus automatisch meer fosfor nodig om te kunnen groeien.

Goed van start na afkalven
De fosforbehoefte is vooral hoog bij het afkalven. Op de dag van afkalven en tot 24 uur daarna daalt het gehalte in het bloedserum van elke koe aanzienlijk. Daarom is het eenmalig toedienen van een fosforpreparaat in deze fase aan te raden om zowel de eetlust als de vitaliteit van het dier te stimuleren en zo de start van de lactatie te vergemakkelijken. Dieren die atypisch blijven liggen na het afkalven (koe wakker, alert, warme oren) moeten standaard een fosforpreparaat toegediend krijgen. Als voederanalyses en rantsoenberekeningen hebben aangetoond dat er een algemeen tekort aan fosfor in het rantsoen is, is een mineraalvoeder met fosfor zeker aan te raden!

Advies van SaluVet

Verschil tussen calcium en fosfortekort